In gesprek met … Innemée

Hans Innemée

Graficus, schilder, beeldhouwer, tekenaar

39_2.2-afbeelding-1

About love, understanding and confusion …, 2011

Een oud ziekenhuisgebouw in Tilburg, deels bestemd voor cultuur. Om 10.30 uur ga ik naar binnen en om 14.00 uur kom ik er weer uit. Suf gekletst? Nee hoor, ik had nog uren door kunnen gaan maar mijn trouwe chauffeur kon ik niet langer meer laten wachten. In het voorwoord van het boek over het werk van Hans, geschreven door zijn galeriehouder Tom Molenaars, staat: Hans is een man van veel woorden! Dat klopt! Gelukkig zijn het woorden met inhoud, blijkt uit het plezierige gesprek dat ik heb met Hans Innemeée, kunstenaar van de maand januari bij Kunstuitleen Voorburg.

Veel woorden dus en zijpaden. Mijn vragen die hadden moeten zorgen voor enige chronologie en orde heb ik niet aangeraakt. Zodra de deur openging en Hans me binnen liet, liet hij me al weten dan hij adhd tot in het derde kwadraat heeft. Ik was nog niet binnen in zijn kantoorruimte, waar ooit de directeur van het ziekenhuis zijn domicilie had, of hij wees mij op het ingelijste psychologische rapport, over hem gemaakt toen hij 11 jaar oud was. School en ouders wisten niet zo goed wat ze met Hansje aan moesten.

39_1.1-voorblad-afbeelding-1

Hans in zijn kantoorruimte, het vroegere kantoor van de directeur van het Elisabeth Ziekenhuis

“Ik heb adhd, ik ben hyper en onrustig. Ik ben net als Obelisk van Asterix in een ketel met toverdrank gevallen, niet van bovenmenselijke kracht maar van onrust. Meer stuiteren dan dit kan niet, ik drink ook gerust ‘s avonds twee koppen koffie en slaap daarna prima. Maar terug naar vroeger: dan moet je als kind op school verplicht vijf dagen op een stoel zitten. Dat werkte niet. En dan moest je leren dat je ‘word’ soms met een d en soms met dt schrijft. Dat kostte me veel moeite. Ik vond het allemaal hetzelfde klinken, waarom dan zo moeilijk doen? Waar mijn aandacht wel naar toe ging, was die vogel buiten of een klasgenoot die uit zijn neus peuterde. Ik stond dan ook meer buiten dan binnen de klas.”

“Ik was een klein gespierd spijkertje en heb er heel wat in het stof geduwd. Als iemand iets zei wat me niet beviel dan sloeg ik er op. Als ik getergd werd, kon ik heel gemeen zijn. Dat zit in die adhd, dan kun je niet tegen onrecht en vlieg je uit je dak. Maar toch: ik kan echt heel goed tegen kritiek, ben eigenlijk niet beledigbaar. ‘Iedereen vertelt zichzelf’, zeg ik altijd, een andere manier om te zeggen ‘wat je zegt dat ben jezelf’. Een belediging raakt me dan ook niet. Ik heb die eerste zinssnede op pennen gezet die ik als relatiegeschenk meegaf.”

“In 1982 was ik de eerste huurder hier. Ik was muzikant, bassist in een band, en huurde in de kelder een ruimte. Ik heb jarenlang opgetreden tot wel 110 optredens per jaar, maar er nooit een cent aan verdiend. We kregen wel betaald maar dat geld ging op aan de licht-en-geluid jongens. In 1985 ben ik min of meer gestopt met optreden. Ik kwam erachter dat ik niet geschikt was om langdurig in een band van vijf man te functioneren. Ik ging me ergeren aan domheid of het niet op orde hebben van zaken. Toen kwam ik erachter dat ik ontzettend gelukkig werd als ik in mijn eentje in een stuk linoleum van 50×50 zat te gutsen. Ik huurde er hier in dit gebouw een kantoorruimte en een mooi atelier bij en maak ook nu nog hier gewone werkdagen, net als de grote schrijver van kinderboeken Roald Dahl. Die werkte in de ochtend van 9-12 uur en in de middag van 2-4 uur. Dat doe ik ook, steeds volgens dezelfde rituelen. Ik heb thuis een gehandicapte zoon, daar wil ik er ook voor zijn en dat is weer een heel andere invulling van mijn leven.”

39_3.3-afbeelding-3-en-4

De eerste ruimte die Hans huurde in de kelder met op de achtergrond zijn kleine studio en een geïmproviseerde werktafel waar Hans, als het in de zomer zo warm is, nog prima bij 18 graden C kan werken en hij kan er de nodige opslag in kwijt.

“Na de lagere school deed ik Havo en daarna MO A tekenen. Ik heb van een aantal docenten veel geleerd, die gaven een eerlijk commentaar wat ik ook aannam. Maar er waren er ook bij die je werk dan afkeurden met zo’n opmerking als ‘Jij denkt zeker dat je Kokoschka bent!’ Ik moest werken naar hun eigen verhaal, zij stelden zich niet open voor mijn werk. Ze hebben me niet kunnen overtuigen van hun gelijk. Een leuke herinnering is dat we met meneer Van Lamsweerde, docent 2-dimensionaal naar de dierentuin gingen. Ik tekende een flamingo, zijn snavel, een stukje van zijn nek. Het waren steeds korte notities, ik kon die vogel gewoon niet helemaal in één keer op papier zetten. Meneer Van Lamsweerde haalde de anderen erbij en zei tegen hen: ‘wil je die vogel ooit goed kunnen tekenen, dan moet je elke centimeter kennen, je kunt ‘m nooit in een keer helemaal zien.’ Ik kreeg een 9.”

Hieronder een aantal werken in chronologie waaraan de veelzijdigheid en de artistieke ontwikkeling van Hans is te zien

39_4.4-afbeelding-5-tm-10-werken-op-een-rij

“Tot groot verdriet van mijn vader stopte ik in december 1973 met de opleiding, vlak voordat ik mijn eerstegraads bevoegdheid had. Ik was te uitgesproken. Gek eigenlijk, ik ben eigenlijk heel vreedzaam, ik wil geen ruzie maar was het wel steeds oneens. Ik was er klaar mee en wilde werken. En waar kon je toen het meeste geld verdienen? In de vleesverwerkende industrie hier in Brabant, halve varkens aan een haak hangen, of emmertjes beugelen bij Curver plastics, dat heb ik toen enige tijd gedaan.”

“In 1975 solliciteerde ik naar een baan als tekenleraar op een lagere land- en tuinbouwschool in Berlicum en kreeg toen ook meteen alle uren tekenen op de schooltjes in Nieuwkuijk en Den Bosch. Het tekenonderwijs moest geprofessionaliseerd worden. Dat eerste jaar was heel taai. Die jonge gasten wilden helemaal niet tekenen op maandag, het eerste lesuur. “Meneer hoeven we niet te komen, mogen we uitslapen?”. En “Uh wat heb ik daaraan, dat tekenen. Die koeien geven er geen liter meer melk door, hoor.” Ik had vrij vierkante pittige conversaties met de jeugd. Maar ik heb me er kranig door heen geslagen, met hulp van de adjunct. Dat was een klein manneke dat geweldig overwicht had. “Gerard”, zei ik, “wat doe ik fout?”. “Alles”, zei hij, “jij reageert op alles. Niet doen. De truc is heel simpel: als je zegt dat ie zijn water moet leeggooien dan zie je erop toe dat ie dat ook doet. Gooit ie het er naast dan gooi je hem uit de klas.” Toen snapte ik de basisprincipes. Ik ben dus wel leerbaar: “Je pikt heel snel iets op”, zegt mijn intelligente vrouw.”

Hans wijst me op een foto van hem met Erica Terpstra. “Erica heb ik ontmoet toen ik werkte voor het Lilianefonds, het fonds voor gehandicapte kinderen. De directeur was fan van mijn werk. Zo’n 10-15 jaar geleden reisde ik voor het fonds een week naar Indonesië, waar ik een project deed met gehandicapte kinderen in Djakarta, bij zuster Andrée. Ik ben een groot fan van de Dalai Lama, net als Erica. Daar troffen we elkaar op. Als ik iemand zie, heb ik binnen enkele seconden wel of niet contact met haar of zijn ziel, dat heet zielsresonantie. In een halve seconde had ik door dat Trump en Baudet eikels zijn van de buitencategorie. En wat dan zo mooi is: de Dalai Lama wijst iemand niet af maar zegt dan: ‘they need an awfull lot of compassion’. Zo wijs en zo mooi. Ik versta dat als niet veroordelen maar mededogen gunnen en vooral jezelf niet ‘vergiftigen’ met woede of haat, daar heb je alleen jezelf mee!”

Hans is sinds 2002 ontzettend populair in Japan en dat begon – of all places – in Parijs! “Dat is heel grappig gegaan en hangt van toevalligheden aan elkaar. In 1994 ging dochter Charlotte van een Nederlandse verzamelaar van mijn werk naar Parijs om daar te gaan werken. Ze nam één werkje van mij uit de collectie van haar pa en ma mee. Zij stapte ermee naar galerie Lisette Alibert aan de Place de Voges, die gespecialiseerd was kunstwerken met diermotieven. Even later kreeg ik bericht van Charlotte dat ik naar Parijs moest komen met een stuk of tien schilderijen. Mijn vrouw en ik zijn daar een weekendje naar toe gegaan en ik zette daar die werken op de vloer. De galeriehoudster deed alsof ze niet zo enthousiast was, dat is een truc om de prijs te drukken. Mijn vrouw had op voorhand al gezegd dat ik 20 % op de prijs moest doen, dat heb ik ook gedaan. Ik mocht vijf werken achterlaten van de tien die ik had meegenomen. We spreken over september 1994 en in december waren er drie van de vijf verkocht. De galeriehoudster wilde meer werken, nu tien stuks. Wij weer naar Parijs en lieten ze alle tien achter. En toen ging het snel.”

“In 1999 kreeg ik daar een solotentoonstelling. Je wilt het niet geloven, maar toen daar in de voorbereiding mijn kistjes met werk werden uitgepakt, kwam de beroemde mannequin Claudia Schiffer de galerie binnen. Ze zag mijn werk en wilde alles hebben. Dat kon niet vanwege de tentoonstelling, dat begreep Claudia Schiffer ook, maar dan kregen alle werken wel de rode stip van verkocht, bedong ze. Laat nu deze Claudia Schiffer in een talkshow op de Franse TV, vlak voor de opening van de expositie vertellen dat ze meer tijd wilde voor leuke dingen en dat een van die leuke dingen galeriebezoek was en kunst kopen. De volgende dag stond het blauw voor de galerie. Een week later komt de Japanse galeriehouder Yoshiro Takahashi van Suiha gallery in Tokyo in deze gallerie. Mijn werk sprak hem aan en hij vroeg naar mijn naam en adres. De galeriehoudster weigerde om die te geven, maar de Japanner kwam er natuurlijk wel achter. Hij nam contact op en wilde langskomen, wat ie deed in 2000, mét een tolk, Cecile. Toen kocht hij meteen heel veel. Zijn Engels was wat gebrekkig en dat is al die jaren gebleven: ‘Please prepare shipping’, was alles wat hij zei.”

39_5.5-afbeelding11

aankondiging van een tentoonstelling van Hans zijn werk in Japan

“Nog steeds kan ik het werk niet aan. Ik verkoop er hele series grafiek. Meneer Takahashi heeft een staf van vijftien man en diverse galeries in het land. Hij verkoopt ook werken van Renoir en Picasso en zegt tegen mij: ‘we need móre work: we have 135.000.000 people in Japan and you become more and more popular all over the country, from Sapporo to Matsuyama.’ Mijn antwoord is dan: ‘I can not make more work.’ En dan zegt meneer Takahashi : ‘but we need more work.’ Nee is voor hem geen antwoord. Toen heb ik een aquarelletje gemaakt van een appelboom en uitgelegd dat je maar eens per jaar kunt oogsten: ”I am only one tree and I can only bear fruit once a year…”, zei ik en dat je dan weer moet wachten op het volgende seizoen. Toen begreep hij het en excuseerde hij zich: “I am sorry for asking…””

39_6.6-afbeelding13

Boven: Hans’ art dealer meneer Takahashi met een Japanse vrouw bij een werk van Hans. Onder: … en de klanten willen heel graag met Hans op de foto als zij een werk van hem hebben aangeschaft …

Hans is inmiddels al veertien keer in Japan geweest, meestal vanwege de opening van een aantal exposities: “Dan reis ik tien dagen door het land naar vier verschillende exposities. Dat is altijd een chique bedoening. De dames in kimono, mijn werk als kleinood tentoongesteld in prachtige lijsten. Ik word van klant naar klant geleid die dan met mij en het gekochte kunstwerk op de foto wil. Volgens Takahashi ben ik zijn ‘bestselling living artist’ vanwege ‘your briljant proces of reducing en your strong expressions. That touches peoples hearts in Japan’, dezelfde reden waarom ook Dick Bruna daar zo geliefd is. Mijn werk is veilig, Japanners staan erbij te huilen, heel bijzonder. Ik ga nu nog één keer per twee jaar.”

“Mister Takahashi vroeg me onlangs: ‘Can you make new film we can show on exhibitions we planned’. Dat heb ik gedaan en deze film is ook op Youtube te zien. De muziek die er onder staat, heb ik zelf gecomponeerd en uitgevoerd. In Nederland heb ik goed contact met Galerie Sous-terre in Lithoyen, die organiseert soms nog een beurs. Naast Japan en Duitsland, waar mijn werk ook geliefd is, werk ik voor diverse contacten in Nederland en aan rechtstreekse opdrachten van particulieren.”

Hans signeert voor mij twee boeken en drie kalenders die in Japan worden meegegeven als relatiegeschenk. Ik kijk met verbazing naar de trefzekerheid waarmee dit gaat. “Hier zit 40 jaar oefening in, ik ben hier zeven dagen per week mee bezig op mijn atelier. Nu met corona ook, terwijl nu bijna het hele gebouw leeg staat. De zeven sterren in de signatuur zijn het symbool van geluk. Dat de voorzienigheid je wel gezind is. Zeven is ook in Japan een geluksgetal, vier betekent ongeluk. Dat wetende neem ik nooit meer vier karakters in mijn werk voor de Japanse markt op.”

39_7.7-afbeelding14

… een van de twee boeken die Hans voor me signeerde. Klik hier om een filmpje te zien hoe Hans dit bij het andere boek doet …

“Mijn grote inspiratiebronnen zijn Rembrandt, Mondriaan en Anton Heyboer. En er tussen door ook nog Paul Klee, vanwege zijn poëtische gevoeligheid. Rembrandt vanwege zijn onovertroffen raakheid wat betreft het uitbeelden van de ziel van de geportretteerden, Mondriaan vanwege zijn briljante compromisloze abstracte werk. Hij begreep als geen ander dat een schilderij zijn eigen werkelijkheid is. Als kunstenaar creëer je jouw wereld op dat stuk canvas. In mijn werk kun je echt van ‘de wereld van‘ spreken. Onmiskenbaar vertellen mijn werken mijn verhaal. Anton Heyboer inspireert me omdat hij zo schaamteloos niet zijn best staat te doen om het volgens de geijkte manier te doen. En dan ben ik ook een grote fan van de overleden komiek Tommy Cooper, de meester van de zelfspot. Want dat staat weer haaks op diegenen die zo met zichzelf ingenomen zijn.”

39_8.8-afbeelding-15-tm-17

inspiratie

Hans’ zeer herkenbare handschrift draait om dieren. Waarom? “Altijd wordt gezegd dat de mens de kroon op de schepping is. Dat vond ik grote onzin. Ik heb toen het allerlulligste dier genomen: de kip. Die legt een ei en verdwijnt in de soep, die heb ik de hoofdrol gegeven. De kip als kroon op de schepping, daar kan ik veel mee uitdrukken. Als hoofdrolspeler is de kip er nog steeds en af en toe voeg ik figuranten toe: de hond, de kat, de worm, de kikker en de muis, allemaal huis- tuin- en keukenbeesten van de Hollandse boerderij, dat zijn mijn acteurs.”

“Het sleutelwoord bij mij is ‘verwondering’. Ik ben nu 69 en ben iedere dag ‘totally amazed’, en altijd met ‘an awfull lot of compassion’. Verwondering is de kwaliteit die je nodig hebt om op zoek te gaan naar die andere kant. Ik werk met de monotypetechniek. Op een plaat rol ik geen inkt maar olieverf uit. Daarop plaats ik een vel papier en ga tekenen in spiegelbeeld. Als ik het vel papier loshaal, heb ik aan de achterkant mijn beeld. Door hier en daar nog eens met mijn vinger of muis van mijn hand tegen het papier aan te drukken, vullen delen van het papier zich ook weer (zie filmpje onder de foto hieronder). In eerste instantie gebruik ik heel goedkoop papier, om te oefenen. Als het beeld dat ik voor ogen heb zich heeft ontwikkeld, leg ik mooi Japans Kozoline-papier neer voor het origineel. Als ik klaar ben met tekenen en ik heb het papier vervolgens verkleefd op canvas, breng ik met oliepastels kleur aan waar ik dat nodig vind. Ik maak soms van de tekeningen zeefdrukken of verlijm ze op canvas, dan heb je een uniek exemplaar. Ik verwerk mijn vormen ook driedimensionaal, in staal of in neolyth, een keramisch plaatmateriaal.”

39_9.9-afb-19-tm-21-de-monoprint

de monoprint

“Ik maak ook veel voorbereidende studies in photoshop. Het is een proces in fasen. Van de expeditieganger Ed Hillary is de volgende quote die ook voor mij opgaat: ‘it’s all about preparation. It took me five years to find the people to do the potential succesfull expedition. The trip to the top was the endplay.’ Ik wil het beeld tot het uiterste terugbrengen. Ik zoek in mijn werk de tegenstelling, het Yin en Yang, de uitersten, de ‘two sides of the coin’. En de Engelse titels van mijn werken zijn schatplichtigheid aan Tommy Cooper die verbaasd aan zijn publiek, dat brullend van het lachen van de stoelen valt, vraagt: ”What happened?”…”

39_10.10-afb-18-en-22-tm-24-het-atelier

het atelier en kijk hier hoe Hans de drie dimensionale werken maakt

“Ik ging na 15 jaar het onderwijs uit omdat mijn directeur mij in een staffunctie plaatste. Ik regelde alles altijd zo goed, vond hij. Maar dat was mijn ambitie helemaal niet. Ik wilde beroepsmuzikant zijn maar bleek niet geschikt voor langdurige samenwerking. Dan maar in mijn eentje eindeloos bezig zijn met niets, voor mij de definitie van een kunstenaar. Het is geen eerste levensbehoefte zoals eten en drinken, het is een krul, iets extra’s, een pluim. Dat is die hyperfocus van een adhd-er en daar moet je wel de omstandigheden voor creëren, dat werkt niet ergens in een kantine. Het werd voor mij voorbij mijn 40e levensjaar het vrijwillig isolement in het kunstenaarschap, nu ruim vijfentwintig jaar geleden. Ik nam de achternaam van mijn moeder aan en werd van Hans Peeters beeldend kunstenaar Hans Innemée.”

Tekst en fotografie Mélanie Struik

Nieuwsbrief
Kunstuitleen Voorburg
ontvangen

* verplichte velden


Nieuwsbrief archief

Site by Alsjeblaft!