In gesprek met… Vlasman
Astrid Vlasman
Tekst en fotografie (tenzij anders aangegeven): Mélanie Struik
Een verrassend entree in Leiden: een atelier met daarachter een kapperszaak waardoor er veel kappersklanten door het atelier lopen. Niet gek, want daarmee is het atelier meteen ook een expositieruimte geworden en staat beeldend kunstenaar Astrid Vlasman – terwijl ze aan het werk is – meteen ook in de wereld. Astrid Vlasman wordt Kunstenaar van de maand april bij Kunstuitleen Voorburg.

Astrid Vlasman, Watching, 2022, papier/collage op doek. 120 cm x 140 cm
Dat was op haar vorig atelier wel anders. Drieëndertig jaar had Astrid Vlasman (1963) haar atelier in een klaslokaal op de bovenste verdieping van de Kaasmarktschool in het centrum van Leiden tegen een redelijke huur. Helaas: de school wordt verbouwd en alle kunstenaars moesten er eind vorig jaar uit. Toen begon voor Astrid de zoektocht naar een goede ruimte tegen een redelijke prijs.

Astrid Vlasman, De tafel, 2025, gebruikt papier op doek, 90 × 90 cm. Werk voor de tentoonstelling bij de Kunstuitleen Voorburg
Hoe dat dan gaat? Astrid was in 2024 voorgedragen en één van de top-50-vrouwen in Leiden. Een status die je twee jaar kunt krijgen, dan komen weer nieuwe vrouwen aan bod. Het is een platform voor vrouwen, zo staat op de website, waar verbindingen worden gelegd en kennis wordt uitgewisseld zodat ondernemende vrouwen zich verder kunnen ontwikkelen zonder aanziens des persoons. Daar ontmoette Astrid de eigenares van de kapperszaak in de Doezastraat 31. Zij wilde het voorste deel van haar zaak gaan verhuren om daarachter gewoon door te gaan met het knippen föhnen en drogen. Een samenwerking met Astrid zag ze wel zitten. De huur is hoger dan bij haar vorig atelier maar omdat Astrid nu veel zichtbaarder is op een goede plek in de stad en in haar mooie en ruime atelier ook workshops kan organiseren heeft ze meer mogelijkheden om op een andere manier ook inkomen te genereren. Het vraagt van haar meer ondernemerschap, een uitdaging die ze graag aangaat.

De combinatie van het atelier en de kapperszaak
“Het is hier heel anders werken. Op de school zat ik met mijn deur dicht en hier zit ik de hele tijd in het zicht en de kappersklanten lopen door mijn atelier. Ik zit hier nu sinds november 2024 en het voelt nog steeds een beetje als nieuw. In de aanloop naar Kerst was het heel druk, daar moest ik wel aan wennen. Ik heb mijn weg moeten vinden om niet te veel afgeleid te worden. Ik kan gelukkig inmiddels goed afsluiten. Dan ga ik met mijn koptelefoon en een podcast op lekker aan de slag. Dan heb ik niet eens door dat er mensen door mijn atelier lopen.”
“Wat leuk is, is dat ik tegelijkertijd een deel van mijn werk ‘kwijt’ kan hier en bij de kapper aan de muur waarmee het atelier tegelijk een galerie wordt. En ik heb een hoop gezelligheid, de kapsters zijn leuke meiden. Bij mooi weer gaat de deur open en ’s avonds en op zondag kan ik hier ook naar toe om ongestoord werken. Het is een heel avontuur dat zomaar op mijn pad kwam. Blijkbaar moet ik de kant van het ondernemerschap op.
Ik maak voornamelijk collages en soms werk ik met textiel. Voor de collages gebruik ik geen tijdschriften en kranten maar vooral verpakkingsmateriaal, inpakpapier, zakjes, enveloppen, filmhuisposters, groentezakjes, bakpapier, patroonpapier, vliegerpapier en nog veel meer. Ik gebruik schoolschriftjes, postzegels en oude muziekboeken. Ik spaar ook theezakjes en koffiepad-papiertjes. Die zijn goed te gebruiken om huid mee uit te drukken, het verkreukelt ook mooi. Ik heb een lijntje naar een bedrijf dat posters verwisselt in abri’s van wie ik dan de oude posters krijg en ik ga naar het Filmhuis als de posters weer gewisseld worden.”

Papier van theezakjes

Poster uit een abri
“Ik werk in ‘gemengde techniek’. Met papier en stof kan er van alles. Ik heb een grote creatieve ader, ik ziet veel en ga er gewoon aan beginnen. Ik werk intuïtief, met een podcast op mijn oor ga ik aan de slag. Het is papier en lijm en ik plak, het is geen hogere wiskunde. Soms is iets niet helemaal geslaagd, dan zet ik het werk even weg, kijk er af en toe even naar, pas aan en dan weer door. Door de vele laagjes gaat het een soort van leven, wordt er een soort huid gevormd en vormen de voorstellingen een levendige plek waar mensen leven. Door met kleuren te spelen, laat ik de sporen van het gebruik zien. Daarom is mijn werk niet strak, recht en kloppend. De kleur geeft het leven.
Vanuit het schilderen ben ik naar de collage gegaan. Ik schilderde eerst abstract werk met acrylverf. Maar ik miste iets en begon er dingen in te plakken. Langzaamaan is dat omgedraaid. In eerste instantie werkte ik wel met afbeeldingen uit tijdschriften en boeken maar ik liep vast in het beperkte formaat van A4, wat toch de meeste tijdschriften hebben. Ik kon er niet zo goed een verhaal mee opbouwen. Toen heb ik het A4-formaat en het werken met afbeeldingen losgelaten en ben ik me gaan concentreren op puur het papier als kwaliteit en als basis om zelf vorm te creëren. En dat doe ik door te werken met kleur: voor mij is de kleur van het papier belangrijk, niet de boodschap die op het papier staat. Het gaat ook niet om de herkomst van wat er op het gebruikte papier staat.”

Vroeg werk van Astrid waar ze nog met afbeeldingen uit tijdschriften werkte.
“Ik gebruik bijvoorbeeld chocoladewikkels zoals van Tony Chocolonely maar zodanig dat het niet apart de aandacht trekt. Ik wil niet ergens nog een uitroepteken zetten, het is het geheel dat het verhaal vertelt. Ik schilder met papier, papier is mijn verf. Soms denken mensen dat mijn werk geschilderd is, maar het is echt allemaal papier. Als ik al verf gebruik gaat het om een transparant pigment die ik in een dunne laag aanbreng om onderdelen van het werk aan elkaar te verbinden of om in één kleur te komen.”

Detail van: “I am ready (present), 2022, papier/collage op papier/ karton, 85 cm x 185 cm” zicht op het karton waar de voorstelling op is bevestigd, de uitsnijding en de ‘huid’ van het werk
“In de zomer ga ik vaak op zoek naar een plek waar ik als artist in residence kan verblijven. In 2020 ging ik een half jaar op reis voor de kunst en in coronatijd reisde ik drie maanden door Servië, Albanië, Griekenland en Bulgarije. Ik doe ter plekke veel inspiratie op en ben doorlopend aan het werk, dat is zo fijn van het materiaal waar ik mee werk. De laatste keer was ik in Portugal waar ik een plek met een atelier had in Arraiolos. Ik leerde op mijn eerste reis dat ik geen grote doeken moest maken maar van dat bruine pakpapier als ondergrond te gebruiken. Dat kan ik oprollen en thuis verlijmen op een stevige ondergrond zoals dik karton. Als ik thuiskom is het eerste wat ik dan doe het werk plat te leggen zodat de vouwen er uit gaan. Dat werken op pakpapier heeft nóg een voordeel: ik zit niet meer vast aan een vaste vorm voor de ondergrond. Ik kan het werk overal op plakken, bijvoorbeeld op dik karton, en het dan naar de contour uitsnijden.”
“Mijn koffer is altijd voor de helft gevuld met ateliermateriaal en een beetje basispapier, de rest moet ik ter plekke verzamelen. Dat is heel avontuurlijk en soms is het erg zoeken. Op de Balkan waar het niet overal even schoon was, vond ik genoeg papier maar in Portugal was het veel schoner, daar had ik meer moeite om aan bruikbaar materiaal te komen. In Beiroet vond ik papier dat te vies was om aan te pakken, daar gebruik ik de achterkant van. De huizen waren ook viezig, dat komt in dit werk ook tot uitdrukking. In Portugal had ik een kasten-manie: ik maakte deze kast die op een markt stond. Op mijn logeeradres stonden ook veel kasten. Ik heb ze allemaal gemaakt: de slaapkamerkast. de keukenkast, met bordjes en kommetjes die er ook echt in zaten, de kast met naaispulletjes en de dressoirkast. Ik maakte ze met zakjes van de supermarkt.”

Kast gemaakt naar een kast die Astrid aantrof op haar logeeradres in Portugal.
“In mijn jonge jaren wilde ik journalist worden. Ik ging naar de School voor Journalistiek in Tilburg maar stopte net voor mijn afstuderen. Toch zag ik het mezelf niet doen. Ik voelde een grote verantwoordelijk in die rol en wist niet of ik dat zou willen en kunnen. Ik liep ook stages op redacties en vond die competitieve sfeer daar niet fijn. Toen ben ik naar de Vrije Academie in Den Haag gegaan. Ik was wel al bezig met creëren, moest mijn portfolio laten zien en eenmaal toegelaten, kon ik doen wat ik wilde. Dat gaf heel veel vrijheid. Ik heb er heel hard gewerkt en werd er de kleine Kandinsky genoemd vanwege mijn kleurige werk. Dat zat er toen al in. Ik maakte ook groot werk in acryl. Dat heb ik heel lang gedaan tot ik het atelier in Leiden kreeg en ik langzaam overschakelde van het abstracte naar figuratief en de collage.
Ik werk ook met textiel. In Portugal haakte ik een stoel in groot formaat, gewoon elke dag voor het ontbijt elke keer een stukje. In 2015 maakte ik een aantal borduurwerken naar aanleiding van de oorlog die in Syrië uitbrak. Ik voelde me zo machteloos, dan maar steek voor steek een werk maken, met collage van lapjes op de achtergrond, anders vond ik het te saai.”
Ik heb iets met stoelen en werk ook aan een groot project van stoelen in miniformaat waarvan ik hoop dat het nog een keer geëxposeerd zou kunnen worden. Ik maak een geraamte en breng er papier-maché om aan. Door het vocht trekken ze altijd een beetje krom waardoor er geen enkele hetzelfde is. Ze hebben daarmee qua vorm iets weg van een menselijke figuur. kun je niet op zitten. Ik heb er nu meer dan 300 maar wil er veel meer. Richting de 1000? Het moet echt een legertje van stoelen worden. Uiteindelijk beplak ik ze met theezakjes. Er hoeft bij mij nooit iets weggegooid te worden.

Nieuw werk in voorbereiding
“Dit wordt het jaar van activiteiten organiseren op mijn atelier. Regelmatig organiseer ik op dinsdagochtend van een inloopochtend waarvoor je je wel van te voren via de website moet opgeven. Iedereen die iets wil maken kan hier terecht en gebruik maken van mijn materialen. Dat kan een collage zijn maar ik heb ook verf, krijt en textiel. Mensen kunnen ook eigen werk meenemen. Mijn rol is bescheiden en op de achtergrond, ik faciliteer en stimuleer en zorg voor koffie, thee en iets lekkers.
Ik organiseer maandelijks workshops op zaterdagmiddag en ook op aanvraag workshops voor teamuitjes of verjaardagsfeestjes, bijvoorbeeld voor vriendinnengroepen. In het najaar wil ik een cursus starten op een avond waar cursisten kunnen leren vrijer te werken. Om mensen die al met iets bezig zijn los te laten komen en hen te laten ontdekken hoe je ook anders met je materiaal om kunt gaan. Ik creëer de mogelijkheid om op een andere manier naar eigen werk te kijken. Alleen al mensen van een afstand naar hun werk laten kijken geeft al inzicht en inspiratie.”
“Ik ben ook aangesloten bij het initiatief Kunst op recept. Dan komen hier mensen die zijn doorverwezen door een huisarts of psycholoog en die zich hier door creatief bezig te zijn – wat ik dan faciliteer – te werken aan hun herstel. Dat kan als individu en als groep. Ik geef geen les maar faciliteer weer in wat men wil doen. Alles kan. Deelnemers kunnen iets maken waar ze even niet voor hoeven na te denken met als gevolg dat ze even hun pijn vergeten. Soms is het zelfs de eerste keer dat iemand weer zijn deur uitkomt. Ik geef ook ruimte om iets te laten mislukken. Niet bij de pakken neerzitten en gewoon doorgaan kan ook al een nieuw inzicht zijn. Wat ik merk is dat mensen er blij van worden. Mooi toch?”

Astrid Vlasman, Sisterhood, 2025, gebruikt papier op doek in twee paneeltjes van 25 × 75 cm, totaal 150 cm hoog. In gezichten heb ik veel papier van theezakjes en koffiepads verwerkt, kan ik goed huidkleur mee creëren.
“Inspiratie ligt voor mij op straat, al ben ik – ik zal het niet ontkennen – fan van het werk van het papierwerk van Henri Matisse met zijn uitgeknipte vormen (1869-1954). Maar ik ben een beetje klaar met de kunstgeschiedenis van de grote genieën. Dat zijn allemaal mannen, waar zijn de vrouwen gebleven? Ik richt me nu vooral op het werk van jonge vrouwelijke kunstenaars, daar gebeurt al jaren heel veel moois. Dát inspireert mij.”